Gildepraat duo interview:
Bert van Manen en Johan Lapidaire

Gastronomisch Gilde bestuurslid Robert Harmsen interviewde Bert van Manen en Johan Lapidaire, stads- en leeftijdsgenoten en beiden al jaren betrokken bij het Gastronomisch Gilde. Het gesprek ging over hun loopbaan, hoe ze in het vak terecht kwamen, anekdotes, successen in de wedstrijdkeuken en ideeën om meer jong talent bij het Gastronomisch Gilde te betrekken. Het werd een lange zit met veel verhalen. Als dit vroeger op een cassettebandje moest worden opgenomen waren 2 bandjes van 120 minuten niet genoeg…. 

Bert als team manager of the Culinary team the Netherlands 

Bert van Manen: van bakkersschool naar nationaal team

Bert werd geboren in Arnhem en verhuisde als jongetje naar Eindhoven. “ Na een mislukte start in de techniek ging ik naar de Brood- en Banketbakkerijschool aan het Catharinaplein. Daar specialiseerde ik mij uiteindelijk als restaurantkok: vier dagen werken, één dag school” Bert haalde zijn derde- en tweedejaars restaurantkok en later diploma’s als leermeester en examinator.

Door familieomstandigheden belandde hij twee jaar in Istanbul als leerling pâtisserie en gardemanger bij het Hilton. Terug in Nederland klopte hij op een zaterdagochtend aan bij de Karpendonkse hoeve in Eindhoven. Daar maakte hij zijn opleiding af. Daarna volgden Hotel Cogagne in Eindhoven, het Kurhaus in Scheveningen, en het Hotel Congress Center in Mierlo. Daarna werd ik door Jan Hekkelman terug gehaald naar Scheveningen, waar ik uiteindelijk 30 jaar met veel plezier gewerkt heb. Eind jaren negentig (rond 1997) vroeg Wynand Vogel mij voor het nationale team, nadat ik de zilveren zalm en garde had gewonnen bij een wedstrijd. 1998 was Bert reserve bij de wedstrijden in Luxemburg. Rond 2000 nam hij als teamchef het stokje over van Sjaak Jobse. Een hoogtepunt was 2010: met het jeugdteam (onder andere Tom Lamers, Roy Eikelkamp, Tjitze van der Dam, Geoffrey van Mellick  en Robin Hoedjes wonnen ze in Luxemburg  goud in de koude keuken en overall goud bij de prijsuitreiking. Dat waren allemaal jongens die het later goed hebben gedaan.”

Bert van Manen (kokmuts links) en Johan Lapidare (uiterst rechts) tijdens het WK in Wales 2026 met het NL team en het bestuur van het Gastronomisch Gilde.

Bert benadrukt doorzettingsvermogen. Zijn eerste keer in Basel durfde hij bijna zijn koffertje niet uit te pakken: “Mijn God, wat kom ik hier doen?” Na een paar jaar volgden de successen. Wedstrijden kosten veel vrije tijd, soms ten koste van het gezin. Tegenwoordig is het lastiger: jonge koks hebben minder tijd en de faciliteiten en financiën zijn beperkt. Nederland blijft steken bij “vrijwilligerswerk en een skrabbeltje hier en daar”, terwijl landen als Azerbeidzjan of Italië volop steun van de overheid krijgen. Talent is er in Nederland genoeg, maar zonder goede begeleiding door ervaren wedstrijdchefs en fatsoenlijke trainingslocaties (bijvoorbeeld vaste demo-keukens in het midden van het land) blijft het moeilijk. “Als dat nou eens duidelijk gemaakt kon worden in Den Haag. Sommige landen investeren volop in culinair toerisme. Nederland doet geen drol, het moet allemaal van vrijwilligers komen. De reizen, de voorbereidingen, noem maar op. En dan nog eindigen we als vijfde bij het WK en zelfs als eerste in een enkele categorie. Blij dat er nog wat sponsors zijn want van de overheid komt niks. Wellicht dat het nieuwe bestuur van het Gilde daar iemand wakker kan schudden…”

Johan Lapidaire: van jassen aannemen tot penningmeester

Johan Lapidaire 1e penningmeester Gastronomisch Gilde in zijn element

Johan groeide op in de Eindhovense regio (“PSV-fan, maar niet fanatiek”) en verhuisde later naar het dorpje Heeze. Op twaalfjarige leeftijd (“kerst 1969”) haalde restaurateur Frans Postma hem binnen bij restaurant Barendsma in Heeze: jassen aannemen en weer aangeven met een vrolijk praatje. Zo begon Johan zijn horeca carrière. Hij bleef in de weekenden helpen met ontbijt, tafelbediening en “kutklusjes” – maar leerde daar ook de mooie kanten van het vak.

“Na een mislukte start op het gymnasium ging ik naar de hotelschool in Heerlen. Stage in Zürich (receptie Atlantic Sheraton) en daarna bij Marriott Hotel Leidseplein in Amsterdam, waar ik uiteindelijk vast in dienst kwam. Bij het Sonesta Hotel werd ik banquet supervisor met een team van soms veertig oproep-hostessen; ik leerde onervaren mensen daar het vak. Later volgden functies bij Vedior (hotelservices) en uiteindelijk bijna 26 jaar bij SVH in allerlei rollen, tot 2013. Daarna bleef ik actief in het netwerk, ook nu nog na mijn pensioen. Het zit nu eenmaal in mijn bloed en zolang dat stroomt…”

Johan werd lid van het Gastronomisch Gilde (toen nog Gastvrijheidsgilde) omdat SVH het lidmaatschap betaalde. “Voor weinig geld (toen rond de 120 gulden) kreeg ik cursussen, netwerken en kennismakingen. De goedkoopste deal die je kunt maken.” Johan is nu zo’n vijftien jaar lid. Ongeveer vier jaar geleden werd hij eerste penningmeester, Bert tweede. Samen namen ze afscheid van een duur administratiebureau en besloot Johan het administratieve voortaan zelf op te pakken. “Dat kost een hele puist werk, maar het staat nu mooi op de rit.”
(En daar zijn de leden en het bestuur van het Gastronomisch Gilde “de man die op de centjes past” heel dankbaar voor! Door deze kostenbesparing krijgen de leden nog meer evenementen op het bordje voorgelegd).

Johan Lapidaire tijdens het gala diner na de prijsuitreiking WK 2026 in Wales.

Johan vertelt verder. “Ik had ook een tijd een huiskamerrestaurant thuis: een grote tafel voor vijftien man, op vrijdag, zaterdag en zondag. Twaalf-gangen menu’s met wijnen, personeelsfeestjes, intieme familiediners. Samen met mijn vrouw Annemiek. Dat was fantastisch om te doen. Veel meegemaakt ook. Zo was er een lesbisch stel en die vierden er hun 12,5-jarig huwelijk; de moeder van een van hen begon na een paar glazen te mopperen dat ze er nog steeds niets van begreep. Probeer je dan maar eens in te houden…. Een ander echtpaar onthulde er een geheim familieboek met oude briefjes. Rode oortjes aan tafel en in de keuken. Heerlijk! Dat is het mooie van de echte horeca: je mag getuige zijn van zulke momenten. Helaas, de buren maakten er uiteindelijk een eind aan. Maar de herinneringen blijven” 

Gilde, jeugd en de toekomst

Beide heren zien dat het Gilde vroeger veel groter was. “Tegenwoordig is het lastiger om nieuwe leden te werven, vooral jongeren. Social media en evenementen trekken vooral dezelfde groep. Er zijn zat ideeën om dit aan te pakken: contacten leggen met hotelscholen en ster klassen, gastlessen of praatjes door ervaren leden, speciale tarieven (iedereen onder de 25 bijvoorbeeld 60 euro als lid van de Jonge Garde), prominenter aanwezig zijn op beurzen (Gastvrij Rotterdam, Horecava, BBB Maastricht) met schermen, presentaties en aanwezigheid van chefs die publiek trekken. En samenwerken met sponsoren, die zien de meerwaarde om sponsor van het Gastronomisch Gilde goed in. De club stond eigenlijk een beetje stil. Nu er een blik nieuwe enthousiaste bestuursleden opengetrokken is, is dat goed merkbaar. Minstens 10 evenementen per jaar: rondleidingen, workshops, en het jaarlijkse kerstdiner bij een collega met een Michelin ster. De club bruist weer van de activiteiten. Nu nog de jeugd enthousiasmeren. Maar dat komt goed, ons jongste nieuwe bestuurslid Scott is net klaar met zijn studie aan de hotelschool in Breda en pakt onder andere social media op. Daar hebben wij oudjes geen Camembert van gegeten…”. 

Voor jonge koks en bedieningspersoneel hebben beide heren heldere tips: doe het beste op school, zorg voor voldoende kennis, werk in een redelijk tot goed bedrijf (je kan makkelijker omhoog dan omlaag), investeer in jezelf, wees creatief en gemotiveerd. Dan krijg je vrijheid van je chef of eigenaar. Het vak is prachtig als je in een leuke zaak zit met een redelijke vergoeding, respect en een goed team. “Je maakt nog eens wat mee, je ziet nog eens wat. Maar de realiteit is ook: lange dagen, weekenden, soms matige beloning en concurrentie van banen met betere uren. Denk aan de corona banen bij de GGD. De overheid heeft aardig wat stuk gemaakt toen”.

Bert en Johan dragen het Gilde een warm hart toe. Bert: “Ik hoop dat ze eventueel wat leden erbij kunnen krijgen en zo niet, dan hoop ik toch dat de club heel lang blijft bestaan en dat we nog heel veel leuke dingen mogen doen.” Johan: “Hou het zo bijzonder mogelijk. Zolang er zin is voor elkaar, kun je nog leuke dingen doen. Het lidmaatschaps- en sponsorgeld wordt hartstikke goed besteed. Mooie leden bijeenkomsten hebben we dit jaar gehad, Remeke, Kesbeke de augurkenkoning, Aqua Triton oesters en mosselen, we zijn bij Growy-Chefsfarm, geweest, bij Carl Siegert, bij de Hanos, we gaan nog varen met Kloosterbier, nog naar Aviko, collega’s Cok Jansen en Eric van de Weijer gaan nog een workshop wild geven en we hebben met 100 man gegeten bij collega Dick Middelweerd bij de Treeswijkhoeve. Een topavond! En dit jaar gaan we met kerst naar De Gieser Wildeman. Dit alles organiseert het vrijwillig bestuur belangeloos, samen met de sponsoren. En komend jaar ziet er weer top uit ”

Het gesprek eindigde met nog veel komische verhalen en herinneringen: chefs die lagen te pitten in de auto terwijl de keukenbrigade zat te feesten, ingrediënten die gestolen waren op het WK wedstrijd koken, de moeder van de lesbische dames kwam nogmaals voorbij en nog veel meer tranen trekkende verhalen. Heerlijke kerels uit een heerlijk vak. Als de jeugd nou eens doorhad hoe leerzaam en gezellig het Gastronomisch Gilde is….

 

Ook lid worden? Klik hier